SlokdarmNek-, schouder- en rugklachten na ontstekingen in de borstkas – de slokdarm

In de borstkas bevinden zich de longen, het hart en de slokdarm. Deze drie organen hebben elk op hun eigen manier invloed op de bewegelijkheid van de borstkas, nek en schouders. Bij mechanische problemen van deze organen, die het gevolg kunnen zijn van ontstekingen of operaties, kan dit leiden tot klachten rondom de borstkas, het borstbeen, de schouders, de rug, de nek of klachten tussen de schouderbladen.

De slokdarm

De slokdarm (esophagus) is de verbinding tussen de keelholte en de maag. De slokdarm is een holle spier. Vlak boven de slokdarm zit een kringspiertje dat bij aanspanning voorkomt dat er ingeademde lucht in de slokdarm komt. Bij ontspanning van deze spier kan het voedsel in de slokdarm komen. Nadat het voedsel gekauwd en doorslikt is, ‘knijpt’ het deel van de slokdarm dat boven de voedselbrok zit aan en duwt hierdoor het eten naar beneden. Het voedsel komt uiteindelijk in de maag terecht.

De slokdarm is opgehangen aan de mondbodem, de schedelbasis en aan de voorzijde van de nekwervels. Vanaf de nek verloopt de slokdarm aan de achterzijde van de luchtpijp en achter het hart langs. Aan de achterzijde bevinden zich de borstwervels. Onderaan passeert de slokdarm het middenrif (de hoofd-inademingsspier) en eindigt in de maag. De slokdarm is met een aantal kleine bandjes verbonden met het middenrif.

Vanwege de functie van de slokdarm, namelijk het verplaatsen van voedsel vanuit de mond naar de maag, moet de slokdarm goed op lengte kunnen komen. Vanwege de passage van de slokdarm door het middenrif en de verbindingen hiermee, hebben zij veel invloed op elkaar. In rust zorgt het middenrif voor de inademing. Het middenrif spant zich aan en waardoor het daalt en de slokdarm wordt uitgerekt. Door deze rek komt er ook spanning te staan op het ophangsysteem: de mondbodem, schedelbasis en de nekwervels. Tijdens de uitademing ontspant en stijgt het middenrif; de slokdarm wordt korter. Het ophangsysteem kan zich weer ontspannen.

De belangrijkste oorzaak van beschadigingen van de slokdarm is opkomend maagzuur. Maagzuur is dusdanig zuur dat dit het slijmvlies van de slokdarm irriteert of zelfs kan laten ontsteken. Dit geeft vaak al ongemakken ter hoogte van de borstkas. Wanneer het ontstoken weefsel hersteld is, kan er littekenweefsel ontstaan. Littekenweefsel is minder elastisch waardoor de slokdarm een deel van zijn bewegelijkheid verliest. De slokdarm krijgt moeite om goed op lengte te komen. Dit is te vergelijken met een verkrampte of een verkorte spier. Dit kan leiden dat aan het ophangsysteem van de slokdarm constant getrokken wordt, waardoor er nek- of hoofdpijnklachten kunnen ontstaan. Ook kan het middenrif minder goed zakken, waardoor de (maximale) inademing beperkt wordt.

Doordat de slokdarm door het middenrif naar de maag toegaat, is het middenrif ook zeer belangrijk voor de slokdarm. De slokdarm kan in voortdurend verlengde positie komen, wanneer het middenrif in basis lager ligt. Dit kan komen doordat er aan het middenrif getrokken wordt door littekens in de buik die ontstaan na bijvoorbeeld een galblaas- of blindedarmoperatie of keizersnede. Ook andere ontstekingen in de buik kunnen aan het middenrif trekken en deze laten dalen: darmontstekingen, maag- of duodenale zweren, divertikels, blaasontstekingen, et cetera. De lagere ligging van het middenrif en de verlengde positie van de slokdarm kan maagzuuroprispingen in de hand werken en/of spanningen op het ophangsysteem van de slokdarm geven. Ook dit kan zorgen voor nek- en hoofdpijnklachten.

Andere ongemakken of klachten kunnen een pijnlijk borstbeen, zeurende spieren tussen de schouderbladen en rug, klachten aan de lage ribben of schouder(s) zijn. Meestal is het linkerdeel van de nek en de linkerschouder meer betrokken bij fysieke klachten, beperkingen en ongemakken die gerelateerd kunnen worden aan de slokdarm. Wanneer er een of meerdere ribben vastzitten, kunnen de klachten klachten scherper van aard zijn. Aan de achterzijde van de rib kan dit een pijnlijke rug geven. Aan de voorzijde waar de rib vastzit aan het borstbeen, kan dit leiden tot een syndroom van Tietze.

Tijdens het osteopathische bewegingsonderzoek komen deze mechanische problemen aan het licht. Wanneer bijvoorbeeld de ophanging van de slokdarm constant onder spanning staat, zou het kunnen zijn dat het hoofd minder goed naar links kan buigen: de nekwervels worden naar rechts vastgehouden en kan leiden tot blokkades van deze wervels. Daarnaast zou u bijvoorbeeld ook de nek minder goed kunnen strekken en het naar boven kijken pijnlijk of beperkt zal zijn. U zou ook meer naar voren kunnen gaan hangen. “Schouders naar achteren”, roept de omgeving vervolgens.

Wanneer de borstkas minder goed naar boven kan komen, heeft dat direct invloed op de schouders: de (meestal linker) arm kan minder goed naar voren opgetild worden. Dit heeft veel gevolgen voor alle spieren in de schouder: een pijnlijke schouder, impingement, frozen shoulder en artrose kunnen (uiteindelijk) het gevolg zijn.

U kan bij Axis Osteopatie terecht wanneer er sprake is van opkomend maagzuur en (lichte) slokdarmirritaties.

Waar in het lichaam en hoe sterk deze mechanische beperkingen zijn, verschilt per persoon. Daarom onderzoekt Axis Osteopathie het gehele lichaam. Hierdoor komt de oorzaak van uw nek-, schouder- of rugpijn aan het licht en wordt u behandeld waar dit nodig is. De vele technieken die toegepast kunnen worden, worden uiteraard aangepast op u persoonlijk. Of u jong of oud bent, gezond of kwetsbaarder. Hierdoor krijgt u altijd een veilige en effectieve behandeling en merkt u snel resultaat!